Rotterdam 13 -07-2021 - slaapplek voor Oost Europeanen - sinds nachtopvang Maassilo dicht is. - Pools - Polen - dakloos - slapen nu naast de Karwei aan de Brielselaan / Balkon aan de Maashaven - alleen gebruiken in deze context, anders even overleggen met mij. fotografie@ Sanne Donders

20/12 Stadsgesprek: dakloos in Rotterdam

In Rotterdam is een groeiende groep mensen op straat. Mensen die buiten slapen en nergens opvang krijgen. Op dinsdag 20 december gaan we in gesprek over wat er nodig is voor deze mensen. Met onder andere Michelle van Tongerloo (straatarts Pauluskerk en huisarts), Jan de Vries (Make the Shift) en Patrick van der Jagt (Nederlands beroemdste ex-dakloze). Locatie:  theaterzaal van de centrale bibliotheek Rotterdam (Hoogstraat), van 19.00 tot 20.30 uur. 

Goed nieuws. Deze zomer spraken 27 EU-landen in Lissabon af dat er in 2030 niemand meer op straat slaapt. Ook Nederland tekende daarvoor. Burgemeester Aboutaleb zegt het al langer: “In mijn stad hoeft niemand op straat te slapen.”

Minder goed nieuws. In Rotterdam is dakloosheid de laatste jaren niet afgenomen, maar teruggekeerd in het straatbeeld. Het aantal buitenslapers neemt toe. Bijna tweehonderd zijn het er inmiddels. Op papier bestaan zij niet. Want, zo is de redenering, er is reguliere opvang voor de ‘rechthebbenden’: mensen die ‘niet zelfredzaam’ zijn en verschillende problemen tegelijk hebben. Je moet een Nederlands paspoort hebben of vijf jaar zijn ingeschreven bij de gemeente. Alle andere mensen zijn ‘niet-rechthebbend’. Bijvoorbeeld veel arbeidsmigranten en mensen zonder verblijfspapieren.

De straat is een moeras, het zuigt je vast.
Dat onderscheid, tussen wel en niet-rechthebbend, is het begin van de ellende. Het is de oorzaak van de groeiende groep mensen op straat. Het onderscheid bestaat niet. Niet in juridische zin: elk mens heeft het recht op minstens voedsel en een dak boven het hoofd. Dat zijn de fundamentele mensenrechten, die ook Nederland onderschrijft. Het onderscheid is niet alleen fictief, het is ook contraproductief. Want of je mensen nu wel of niet rechthebbend noemt: ze zijn er wél. Iemand verdwijnt niet als je hem de sticker ‘niet-rechthebbend’ opplakt. Sterker nog: mensen blijven gewoon op straat. En hoe langer iemand op straat is, hoe moeilijker de weg terug omhoog. Je spullen worden gejat, je brein verdooft, je gaat in de overlevingsstand. In tien dagen op straat ondergaan mensen een metamorfose.

Ondertussen blijven we op het stadhuis stickers plakken: ‘wel en niet-rechthebbend’, en zijn er in Rotterdam steeds meer mensen op straat. Je ziet ze lopen over de bermen, verward, bedelend om eten. Luister maar naar de agenten en veldwerkers, die mensen ’s nachts overal aantreffen, in parken en portieken, in parkeergarages en kelderboxen en geen kant met ze op kunnen. Of naar de supermarkten die vertellen over de winkeldiefstallen in hun winkels. Hoor bewoners praten, over de blikken bier en de spuiten in het park en hun zorg om de leefbaarheid en veiligheid in de stad.

Maar luister vooral naar de mensen zelf en hoor wat ze zeggen over wat het doet met ze, dit leven op straat. Het gevoel waardeloos te zijn, kapot. ‘Ik heb al nachten niet geslapen, ik kan niet meer denken. Mijn hersens zijn stuk.’ ‘Ik heb acht jaar gewerkt. Nu sta ik op straat. Ik ben niemand meer. En het kan niemand iets schelen.’ ‘Ik drink me elke nacht in slaap.’ ‘Alles is gestolen, mijn telefoon, mijn bankpas. Ik zit muurvast.’ Hoor de artsen, hoe ze mensen éven oplappen, om ze ’s avonds, als de kerk voor de meesten sluit, weer terug de straat op te sturen, waar mensen nog vérder afglijden.

Niet verwonderlijk dus, dat de groep mensen op straat groeit. Mensen die zich niets aantrekken van de bureaucratische, papieren schijnwerkelijkheid die zegt dat zij niet bestaan. Die er niet voor kiezen om op straat te zijn. En die zich onmogelijk aan de eigen haren uit het moeras omhoog kunnen trekken. Mensen met uiteenlopende verhalen. Verslaafd, in de war, zonder papieren, uit zorg gevallen. Mensen met een gemeentepasje op zak, die gewoon toegang hebben tot de reguliere opvang, maar op een wachtlijst staan en dus geen plek krijgen. Mensen die hun huis uit zijn gestuurd, in verwarde toestand ergens zijn weggelopen, of rechtstreeks uit een detentiecentrum komen. Arbeidsmigranten die na jaren werken op straat zijn gezet door een arbeidsbureau. Mensen met gebroken dromen en soms niks meer dan een plastic zak om uit te leven.

Oplossingen
Het keren we deze neerwaartse spiraal? Hoe zorgen we dat er daadwerkelijk ‘niemand op straat’ slaapt? Andere grote steden, zoals Den Haag en Amsterdam, richten dit najaar een permanente winteropvang in. Mensen worden van straat gehaald, krijgen er een bed en kunnen in gesprek met hulpverleners, die ze verder helpen. In Rotterdam is zo’n laagdrempelige opvang er niet. Ook het coalitieakkoord biedt vooralsnog geen aanknopingspunten. Het woord ‘dakloosheid’ komt er één keer in voor.

Hoe dan wel? Hoe gaat de gemeente Rotterdam deze groeiende en gemêleerde groep op straat in beeld krijgen, met welke integrale oplossingen helpen? Of blijft Rotterdam stickers plakken op het voorhoofd van mensen en vanachter het bureau de teller geruststellend op ‘nul mensen op straat’ zetten?

Rotterdam verdient échte oplossingen. Er is dringend behoefte aan een andere aanpak, waarbij iedereen die dakloos is direct opvang krijgt én een persoonlijk begeleider. Een hulpverlener die naast je gaat staan, die de zorg en hulp regelt die nodig is en die bij je blijft tot er een structurele oplossing is. Onderdeel van die aanpak is wat ons betreft een permanente, laagdrempelige opvang in de stad, tenmínste in de winter. Een plek waar je snel terecht kunt, een bed krijgt en een maaltijd, waar je op adem kunt komen. En waar hulp- en zorgverleners samen met je werken aan een nieuw perspectief.

Op dinsdag 20 december gaan we in  gesprek, in de theaterzaal van de centrale bibliotheek Rotterdam (Hoogstraat), van 19.00 tot 20.30 uur. Praat mee over oplossingen voor de mensen op straat.

Meld je hier aan.