Symposium Pauluskerk, 12 december 2009De stad van God in de stad van de mens Over de opdracht van christelijke geloofsgemeenschappen te zijn in de stad, maar niet van de stad
Stellingen
1. De periode van de jaren vijftig en zestig met zijn (vaak terechte) weerstand tegen de gevestigde orde van kerk en christendom, ook vanuit de kerkelijke kring zelf, is voorbij. De periode van het noodgedwongen anonieme christendom van Bonhoeffer eveneens. Christelijke geloofsgemeenschappen, vooral die in de stad, staan aan het begin van een nieuwe periode. Het is zaak daarnaar te handelen.
2. De secularisatie, die zich volgens Harvey Cox zou ontwikkelen gelijk op met de urbanisatie, heeft zich niet voorgedaan, in ieder geval niet in de vorm die Cox voorspelde. Er is alom een enorme behoefte aan richting en zin voor leven en samenleven, in àlle lagen van de samenleving. De twee sferen markt en de politiek kunnen daarin niet voorzien. Het is noodzakelijk, dat de derde sfeer zijn rol speelt.
3. De gang van zaken in en met de banken is het topje van de ijsberg van een grondtrek in onze samenleving, die sinds het opkomen van de massa-comsumptie, breed is uitgewaaierd. Die bestaat in onze weigering de “aardse” en tegelijk vaak noodzakelijke waarden die wij mensen hebben geschapen te zien als voorbijgaand en relatief. Het is “het bankroet van de tijdelijke verworvenheden”. Vastzittend in de wereld die wij zelf hebben geschapen, kunnen we bijna niet anders dan die idealiseren. Het is zaak de fundamentele relatie tussen Schenker en ontvanger over het voetlicht te brengen.
4. Het is zaak de beweging te maken van anonimiteit naar identiteit. Het is daarom zaak weer kerken te bouwen in de stad als gemeenschappen waar “de lofzang gaande wordt gehouden” en als plaatsen waar gemeenschap wordt geoefend in de kunst van de “menswaardige verscheidenheid” in een stad vol botsende culturen en godsdiensten.
5. Het is zaak die beweging te starten vanuit het diaconaat. Het gaat uiteindelijk om de bijbelse opdracht tot het doen van barmhartigheid en gerechtigheid in de stad, juist ook voor de mensen in de marge en aan de onderkant van de samenleving. Het diaconaat is daartoe bovendien met meest geëigend, omdat het goed in de samenleving is geworteld en omdat de geloofwaardigheid gebiedt, dat de tweeslag woord en daad begint bij de daad.
6. Christelijke geloofsgemeenschappen moeten niet willen, dat de hele samenleving christelijk wordt. Het is zaak heel ons doen en laten te laten bepalen door de “hoop op die andere stad” en die hoop zichtbaar te maken in de stad en dienstbaar aan de kwaliteit van leven en samenleven daarin. Lukt dat, dan doet God de rest.
Dick Couvée, Pauluskerk, 26 november 2009
overige reacties:
• reactie ds. Hans van Dolder • reactie Taco Noorman • reactie ds. Dick Couvée • reactie Jan en Jason • reactie ds. Dick Couvée 2
|







