'The left hand of God'Je laat je maar al te vaak meeslepen in de nogal eenzijdige beeldvorming die ons via televisie en krant over de VS bereikt. En daarmee heb je - zo van een afstandje, vanuit Europa - vaak onwillekeurig ook de neiging om te denken dat veel - zo niet alle - Amerikanen voorstander zijn van een zo vrij mogelijk opererende markt, van lage belastingen, van een zo klein mogelijke overheid, van zo min mogelijk overheidsbemoeienis, dus van zo weinig mogelijk ambtenaren. En ook dat je de gelovigen, over het algemeen christenen, door de bank genomen rechts zou kunnen noemen. Dan gaat het bijvoorbeeld om hun opvattingen over moraal (abortus, euthanasie, relaties tussen mensen van gelijk geslacht), over godsdienst (de bijbelteksten vooral letterlijk nemen en creationisme) en zero-tolerance bij de war on crime, de war on drugs en de war on terrorism (alles lijkt daar wel een ‘war’ te moeten zijn) of de absolute juistheid van het ingrijpen en daarna van de oorlog - alweer een ‘war’ - in Irak (althans onder president Bush). (Met Obama lijken in ieder geval de accenten anders te worden gelegd.) Wie schetste dus mijn verbazing, toen ik een tijdje geleden een televisieprogramma zag (ik weet niet meer precies waar) met als thema ‘The left hand of God’. In dat programma onder meer een interview met Michael Lerner, aanvankelijk psychotherapeut, op latere leeftijd theoloog en rabbi geworden. Lerner is overigens ook uitgever van een tijdschrift dat Tikkun heet (‘…to heal, repair and transform the world’, zie www.tikkun.org).
Het boek van Lerner vertrekt vanuit sociaal onderzoek, zoals dat is gedaan door het Institute for Labor and Mental Health. Dat instituut werd enige tijd geleden door Lerner en een aantal van zijn medepsychologen opgericht. Volgens Lerner c.s. leven veel Amerikanen in een wereld van vooral werk, werk, werk en onderlinge competitie, competitie, competitie. Om je in een dergelijke wereld staande te houden is het vinden van een antwoord op vooral deze vraag van wezenlijk belang: welk belang heeft een ander, mijn collega, voor mij, voor mijn positie in het bedrijf of in het werk? Die allesbeheersende vraag wordt vervolgens normaal. En gaat vervolgens een rol spelen, ook buiten de wereld van het werk. In de persoonlijke relaties tussen mensen, in huwelijken, duurzame relaties en in vriendschappen. De hele dag wordt ons geleerd - zo Lerner c.s. - om andere mensen vooral te zien als een instrument voor mijn belangen en doeleinden. Een proces waarin uiteindelijk een instrumentele benadering (ik zie jou als iemand die voor mij van nut kan zijn) de plaats gaat innemen van een benadering waarin ethiek en affectiviteit centraal staan (ik zie jou als iemand van wie ik houd, die mijn vriend of vriendin is, hoe dan ook). Lerner c.s. constateren vervolgens dat die nutsmanier van denken de oorzaak is van de geestelijke en spirituele crisis waaraan veel Amerikanen lijden. Veel Amerikanen geven namelijk op hun vragen daarnaar aan, dat zij helemaal niet alleen maar voor hun carrière of voor het geld willen werken, maar vooral ook op zoek zijn naar ‘betekenis’ in hun leven. Veel mensen willen dat hun leven een spiritueel doel krijgt, ‘een rechtvaardiging waarom zij hier op aarde zijn’. En dat is meestal nou net niet wat je denkt van Amerikanen, zo op een afstandje vanuit Europa.
Eén van de vragen waarop Lerner c.s. in hun onderzoeken ook een antwoord hebben proberen te vinden is deze: hoe komt het dat mensen van wie het logisch zou zijn dat zij zich vanuit hun economische belang identificeren met politiek links, uiteindelijk toch vaak rechts stemmen? Ik vat het antwoord dat zij daarop gevonden hebben kort samen. Een groot aantal werkende mensen in de VS stemt rechts (dus republikeins), omdat men het gevoel heeft dat de republikeinse partij de enige is die de geestelijke en spirituele crisis in de VS op een systematische manier probeert aan te pakken. Let wel, het gaat er dus niet om of die republikeinse partij dat daadwerkelijk wel of niet doet. Het gaat erom dat veel Amerikanen dènken dat dat zo is, en daarom hun stem geven aan de Republikeinen. Ook al zouden ze, vanuit hun directe economische belang, veel beter links (dus democratisch) kunnen stemmen. En dat zijn interessante bevindingen. Ook voor Europa en voor Nederland, want ik geloof eigenlijk niet dat Europa in menig opzicht zoveel van de VS verschilt. In ieder geval begint in Nederland de wereld waarin ik leef en waarin ik werk ook steeds meer die Amerikaanse nutstrekken te krijgen. Tegelijk groeit in Nederland ook de populariteit van populistisch rechts. Het is zaak, vind ik - ook voor de Pauluskerk - de thematiek die Lerner hier aandraagt verder te doordenken en te bezien wat we op dat punt voor de mensen in de stad zouden kunnen doen, spiritueel, maatschappelijk en politiek.
Dick Couvée
|







