Stilte

Stilte De stilte zingt U toe, o Here, (Psalm 65 : 1) in Uw verheven oord.

 

Wij leven in een wereld die voortdurend verandert. Misschien is wel één van de belangrijkste kenmerken van de afgelopen honderd jaar, dat de wereld is veranderd in een tempo dat we nog niet eerder hebben gezien. En dat niet alleen op het terrein van de wetenschap en de techniek, maar ook op het gebied van de economie en de arbeid. En van de ethiek, waar het gaat om waarden en normen, of van de sociale kant van het leven, waar het de relaties tussen mensen betreft. Was het vroeger bijvoorbeeld een grote deugd om veertig jaar met elkaar verbonden te zijn als levensgezel- en levens-gezellin, nu wordt daar nogal eens wat meewarig tegenaan gekeken, als zou een dergelijke trouw vooral een teken zijn van saaiheid en gebrek aan creativiteit. Hetzelfde geldt voor het levenslang werken bij een baas of voor degelijk sparen in plaats van te proberen snel rijk te worden via een - per definitie toch risicovolle, blijkt steeds weer - aandelenbeurs. Snelheid, dat is wat ons leven kenmerkt en dan vooral als doel en niet als middel.

 

Een ander kenmerk van het leven van vandaag is de complexiteit ervan, die groter is dan ooit te voren. Het leven van vandaag is gecompartimenteerd. Wij leven allemaal in deelwerelden. De wereld van onze buurt, het gezin, van het werk of van het bedrijf, van de kerk, van de vriendenkring, die zich veel verder uitstrekt dan eigen dorp of eigen stad, van de sport of van de vrijetijdsbesteding. Maar die complexiteit wordt de laatste tientallen jaren ook nog eens vergroot door de – vaak blijvende - komst van grote aantallen vluchtelingen en vreemdelingen naar veel landen in Europa. Mensen met vaak een andere godsdienst, een andere cultuur, een andere taal, andere gewoonten en gebruiken. De integratie van al die mensen stelt enorme eisen aan het inlevings-vermogen, de verdraagzaamheid, de identiteit en het rechtssysteem van veel samen-levingen in Europa. En gaat niet zonder spanningen gepaard. Dat blijkt voortdurend in een stad als Rotterdam. Snelheid en complexiteit; ik heb mij voorgenomen om in de Veertigdagentijd stil te staan bij deze twee dingen. Stilte ervaar ik bijvoorbeeld bij de herdenking van de doden uit de Tweede Wereldoorlog. Midden in de stad sta je stil met zoveel mensen samen, zoveel mensen stil, met hun aandacht bij de doden of juist bij de levenden. Zomaar, in vrede, zonder dat maandenlang is nagedacht over het vraagstuk van de handhaving van de orde, zonder één politieagent. Ik vind dat altijd, misschien wel meer dan ooit tevoren, een indrukwekkend ogenblik. Misschien wel, omdat in dat ogenblik de wetten van de snelheid en van de complexiteit worden opgeheven, even. Even staat het leven stil en zijn de deelwerelden opgeheven, zoveel mensen in vrede bij elkaar, alleen maar gericht op één ding: het herdenken van de slachtoffers van oorlog, terreur en geweld, toen en nu. Het is misschien ook daarom wel, dat Elia - doodmoe van zijn levensopdracht en van zijn dynamische leven - God ervaart, niet in de snelheid en de dynamiek van een razende storm, niet in het geweld en de complexiteit van een aardbeving, niet in het geknetter en de hitte van het vuur, maar in “een ademloze stilte” (1 Kon. 19: 11 en 12). Stilte en stil-staan, misschien wel dé middelen om uit te zuiveren wat echt van waarde, wat echt duurzaam is voor een mens in een wereld vol snelheid en complexiteit. Om je te bezinnen op wat mensen verbindt en niet op wat hen scheidt. In je eentje, thuis, in de

 

binnenkamer. Maar vooral ook collectief, als samenleving. Woensdag 3 maart gemeenteraadsverkiezingen, 9 juni voor de Tweede Kamer. Ik heb in geen enkel verkiezingsprogramma het punt ‘stilte, stil-staan’ opgenomen gezien (Ik zie overal waar wij actie op moeten ondernemen, liefst vandaag! Wat zeg ik? Nu! Wat zeg ik? Gisteren!). En volgens mij klopt daar het nodige niet.

 

Dick Couvée